Do’s en don’ts van digitale feedback

Voor de fans van blended leren, bookwidgets en digitaal samenwerken: hoe geef je digitaal feedback? Lerarenopleider Liesbeth De Paepe strooit met tools en tips: “Digitale feedback vult klassikale mooi aan. Bovendien vinden leerlingen mondelinge en persoonlijke digitale feedback minder bedreigend en persoonlijk.”

Welke soorten digitale feedback bestaan er?

1. Automatische feedback

In een leerpad in Bookwidgets of Xerte krijgt de leerling automatisch feedback die je als leraar op voorhand in de tool hebt ingesteld. Wist je dat je ook mondelinge feedback kan inspreken?

Hoeveel is 3 maal 3? Vervoeg de Franse werkwoorden in deze tekst. Of welke revolutie hoort niet in het rijtje thuis? Automatische feedback is ideaal voor eenvoudige taken met maar 1 correct antwoord. Handig bij spelling, rekenen, automatiseren en kennisvragen. De leerling ziet meteen of zijn antwoord juist of fout is. Een tweede of derde poging nodig? Dan kan je een extra hint of vraag geven, schriftelijk of mondeling.

Een groot voordeel is dat de leerling automatisch terechtkomt op de juiste remediëring: een stukje geziene theorie, extra oefeningen of een uitdaging next level. Iedereen werkt in zijn eigen tempo en kan zoveel oefenen als hij wil. En feedback van de computer komt minder bedreigend over.

Opgelet: niet geschikt voor complexe taken en plan genoeg voorbereidingstijd in je agenda. Maar vanaf dan rendeert je investering nog jaren.

Wanneer gebruiken? Asynchroon (jij geeft je feedback, je leerling ontvangt hem pas later), schriftelijk of mondeling, individueel.

2. Modelling

Met modelling toon je oplossingen of taken met een verschillend kwaliteitsniveau. Hoe geef je je leerlingen een oog voor kwaliteit?

Laat je leerlingen bijvoorbeeld schrijfopdrachten van heel uiteenlopende kwaliteit rangschikken. Welk niveau willen ze nastreven? En welk niveau verwacht jij van hen? Leerlingen leren zo procesgericht werken en zien hun groeimarge.

Wanneer gebruiken? In de klas, maar ook heel geschikt in een digitale omgeving synchroon (feedback tussen leraar en leerling op hetzelfde moment) of asynchroon, schriftelijk of mondeling, individueel.

3. Zelfreflectie

Laat de leerling online een korte checklist aanvinken wat hij al kan. De smaak te pakken om uitgebreider met digitale zelfreflectie aan de slag te gaan?

Laat je leerlingen eerst nadenken over een thema of concrete inhoudelijke vragen. Daarna posten ze hun eigen ideeën in een forum of Padlet prikbord.

Wanneer gebruiken? Asynchroon, schriftelijk of mondeling, individueel.

4. Peer feedback

Peer feedback versterkt het groepsgevoel en werkt ook online prima. Maak op voorhand wel goede nettiquette afspraken!

In een forum, chat of Padlet prikbord kunnen leerlingen schriftelijk op elkaar reageren, individueel of in groep. Mondeling kan dat met een videoconferentie zoals Google Meet of Teams, discussieplatform zoals Flipgrid. Daar nemen leerlingen een eigen video op en kunnen ze gemakkelijk reageren op elkaars video.

Investeer op voorhand wel in goede nettiquette afspraken rond constructieve feedback en taalgebruik. Werk ook met concrete criteria: moeten ze feedback geven op uitspraak, inhoud, lengte of vorm? Houd verder de totale schermtijd in het oog met een mooie mix van off- en online werkvormen.

Wanneer gebruiken? Synchroon of asynchroon, schriftelijk of mondeling, individueel of in groep.

5. Tutor feedback

Digitaal feedback geven kan mondeling of schriftelijk en op maat van de leerling. Mondeling komt het vaak vriendelijker over dan schriftelijk. Probeerde je al eens een screencast in plaats van een lange tekst neerpennen?

Veel feedback gebeurt schriftelijk via mail of opmerkingen in een document, maar gebruik ook eens een scorewijzer zoals rubrics.

Met een screencast kan je snel mondeling met audio en video gepersonaliseerde feedback geven op een schrijfopdracht. Zo komt de feedback zachter en persoonlijker binnen en verkleint de afstand tussen leraar en leerling. Een paar minuutjes mondeling feedback geven gaat trouwens veel sneller dan een grote lap tekst schrijven. Leerlingen kunnen de feedback pauzeren of opnieuw beluisteren, bekijken. Handig, want mondelinge feedback in de klas is soms vluchtig en blijft niet altijd hangen. Elke leerling in de klas individueel feedback geven vraagt ook veel tijd.

Wanneer gebruiken? Asynchroon, schriftelijk of mondeling, individueel of in groep.

___________________________________________________________________________________________________

Hoe kies je de juiste tool voor digitale feedback?

Denk niet: ik wil iets met een screencast doen. Maar plan eerst denktijd in. Deze 2 stappen leiden je naar de meest geschikte tool voor je digitale feedback.

Stap 1: Denk na

Denk eerst na over het doel van je digitale feedback. Geef je feedback over het gebruik van hoofdletters of een grote schrijftaak? Op het leerproces of op attitudes in de klas? En werken je leerlingen individueel of in groep?

Sta ook even stil bij het verwerkingsniveau. Moeten leerlingen de tafels van vermenigvuldiging inoefenen? Of geef je feedback op een complexe taak zoals een schrijfopdracht waarin veel elementen samenkomen?

Stap 2: Beslis

Beslis hoe je feedback wil geven: (a)synchroon, schriftelijk of mondeling, individueel of in groep. In de klas kan je misschien beter inschatten of de groep je feedback begrijpt en aanvaardt.

En wie is het meest geschikt om feedback te geven? Bij een groepswerk zijn alle leerlingen betrokken bij het proces en is peer feedback een mooie keuze. Bij een schrijfopdracht ben je als leraar de expert. En een leerling kan best zelf reflecteren over zijn eigen leerproces. Zo, nu ben je klaar om de juiste tool te kiezen.

Basisregels feedback

Online of offline? De basisregels van feedback blijven dezelfde. Aan welke wil jij nog schaven?

1. Veilig klimaat. Zorg dat je leerlingen weten dat fouten maken mag.

2. Geen examengevoel. Als leerlingen slechts 2 keer per jaar feedback krijgen, voelt het als een examen. Maak van feedback een vast onderdeel van je (digitale) klaspraktijk, zo komt het minder bedreigend over.

3. Concreet, snel en positief. 4 op 10 en de toets in de (digitale) map? Zorg dat je leerling meteen iets kan doén met je feedback. Geef je feedback ook zo snel mogelijk of laat je leerlingen weten wanneer ze die kunnen verwachten. Zeg wat er goed ging en formuleer negatieve feedback als een suggestie. Zeg dus niet: de inleiding van je tekst is niet goed. Maar wel: probeer je inleiding concreter te maken met een cijfer of een quote. Dat motiveert leerlingen om er mee aan de slag te gaan.

4. De bal, niet de man. Zeg niet: wat ben jij toch een sloddervos! Maar wel: je leverde je taak te laat in, probeer eens met een reminder in je agenda? Focus in je feedback op de taak en het proces, op acties en gedrag, niet op persoonlijke aspecten.

5. Controleer en reageer. Check of leerlingen je feedback begrijpen en accepteren. Anders is je feedback niet effectief. En geef ze de kans om te reageren, want feedback gaat in 2 richtingen.

Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Veranderwijs en Klasse. Klasse is een multimediaal magazine over en voor onderwijs.

 

Type locatie:

Comments

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren